In je lichaam werken het autonoom zenuwstelsel, het vaat- en lymfestelsel en het metabolisme nauw met elkaar samen. Wanneer die afstemming verstoord raakt, verlopen processen minder efficiënt. Bloed, lymfe en weefselvocht stromen trager. Zuurstof, voedingsstoffen en hormonen komen minder goed aan. Afvalstoffen worden minder goed afgevoerd.
Tegelijk blijft er vaak spanning aanwezig in spieren en bindweefsel. Die spanning kost energie en houdt de ontregeling in stand.
Ook de interne aansturing raakt hierdoor verstoord. Signalen tussen hersenen, organen en weefsels worden onduidelijk. Energie kan wel aanwezig zijn, maar is niet goed beschikbaar. Dat kan voelen alsof je lichaam voortdurend alert blijft of moet blijven compenseren.